De dochters van Joest van Estvelt (1520-1578); de ene Geurtje huwde met Roelof van Darthuijzen en de andere Agnies huwde met Johan Verhueth. Vaak is er heel weinig bekend over de dochters van, maar een getuigenisverklaring op 28 maart 1615 geeft een klein beetje inzicht.

Geurtje heeft net haar witte kapje opgezet voordat ze de twee boeren Adriaen Jacobsz en Adriaenen Jansz een nieuwe pul met haar eigen gebrouwde bier wilde geven. Haar zuster Agnies pakt een paar hompen brood en schenkt twee kommen vol met soep van uien en wortelen. De deur van hun herberg gaat open en Anthonis Claes de onderscholt uit Ede op de Veluwe stapt naar binnen.

Hij heeft van zijn heer de graaf van Benthem de opdracht gekregen om ten huize van Estvelt de penningen af te lossen voor de smalle tienden te Barneveld en de raep en rai tienden te Putten. De Estvelts betalen namelijk de pacht niet en nu wil zijn heer van die malafide pachters af. Met zijn leren zakje vol penningen in zijn hand staat hij klaar om de aflossing te betalen.

De onderscholt zegt dat hij de penningen heeft voor het opzeggen van de pacht en dat met het betalen van de penningen het pachtcontract opgezegd wordt. Boos reageren de dames “Wij sijn gantz niet van meijninghe enighe penninghen voor de voorschreven thienden te ontfangen!”

Anthonis Claesz stapt naar voren, met zijn vuist maakt hij een dreigend gebaar “Jullie weigheren de penninghen te ontfangen? Je zult ze toch krijgen!” Het maakt hem razend, zijn heer is geen makkelijke en hij wil koste wat het kost zijn opdracht voltooien.

“Jouw heer heeft helemaal geen recht om de penninghen af te loessen, hij is maar voor die helft eigenaar van het land, wij betaelen die helfte van die pacht. En zijn aanklacht is notoir ongefundiert!” De dames laten zich natuurlijk niet zomaar iets vertellen.

Met zijn vuist slaat Anthonis hart op de tafel en gooit hij de penningen door de kamer. Hij draait zich boos om, loopt weg en trekt de deur hard achter zich dicht.

Gebaseerd op onderstaande getuigenverklaring:

Wij onderschreven Attesteren mits desen voor die gerechte waerheijt ter instantie vund versoecke van Anthonis Claesz onderscholtis tot Eede op veluwen gesubstitueerde volmachtiger van Niclaes Jansz als dat des voorn. Anthonis Claesz heeft gepresenteert alsulcke pennongen als Goossen Verhuet en Roelof van Darthuijsen met haer adherenten als gebruijckers van den smalen thijendt tot Barnevelt sampt Raij ende Raepthiendt tot Putten was competeerende ende dewijle dat die voorn. persoenen niet bij huijs en waeren, soe sij seijde, daer op dat Agnes Verhueth weduwe, ende die huijsfrouwe van Roeloff van Darthuijsen voor antwoort gaeven dat sij gantz niet van meijnninghe waeren te ontfangen eenige penninghen van voorschr. thijenden. Oick dat wij attestanten gesien hebben dat die voorn. Anthonis Claesz een tafellken nedersloech ende heeft het geldt daer op vuijt geschoeten, daer over sij weijgerich waeren t’ ontfangen. Dit willen wij attestanten daer toe met recht versocht sijnde breeder met eede verclaeren des tot een oirconde der waerheijt hebben wij Adriaen Jacobsz ende Adriaenen Jansz attestanten met eijgen handen onderteijckendt Anno des acht en twintigsten martij XVIc und vijfthijen, aldus Calender ende was onderteijkendt mij present Pons Adriaens-Oeij: no: pub: fo Adriaen Jacobsen Adriaen Janssen

Bron: GA –

2 gedachten over “De ferme dames Geurtje en Agnies van Estvelt”

  • Deze ferme zusters heb ik ook in mijn bestanden als dochters van Joost Geurtsen van Essevelt. Hij was buurmeester en kerkmeester te Eck. Kunt u verklaren dat het conflict ging over land in Barneveld en Putten.

    • Dag Bram,

      Dank voor je reactie! En ja zoals in de tekst staat gaat het over de smalle tienden van Barneveld en raaptienden van Putten.

      Hartelijke groet,
      ME

Laat een antwoord achter aan Bram van Esveld Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *