Joest is de zoon van Gourt van Estvelt. Vanaf 1554 krijgt hij de pacht van een halve hofstede met land in Eck, groot 12 morgen, met dijk en wetering, genaamd de Meyerskamp, belast met de helft van 7 malder mout en 20 penning. Daarnaast pacht hij jaarlijks een stuk land in de uiterwaarden bij Wiel. Naast boer is hij ook buurmeester van Eck en kerkmeester van de st. Annakerk. Deze functies worden alleen vervuld door personen van ‘goede’ komaf. Als buurmeester let hij erop dat de boeren hun sloten en beken goed open hielden, zodat er een goede waterhuishouding was.

De buurmeester wordt jaarlijks gekozen, meestal uit goede geërfden die een groot belang hebben bij een goede waterhuishouding. Hij krijgt ook de opdracht de opgelegde belastingen te verdelen over de bevolking en daarna te innen en hij moet een kasboek bijhouden en hierover rekenschap afleggen.
Als kerkmeester staat hij in voor het dagelijks financiële beheer en de zorg van de kerkgemeenschap en alles wat daarbij hoorde, zoals het innen van cijnzen en vorderingen, het aanvaarden van geschonken goederen en het doen van financiële mededelingen. In het archief zijn diverse briefjes te vinden, waarop zijn naam en functie staan. Waarschijnlijk zijn deze briefjes door hemzelf geschreven. De handtekening is in ieder geval van hemzelf. Hij schrijft zijn naam als Joest.
Rond 1556 huwt hij met Johanna Gijsbert Roelofs een dochter van Gijsbert Roelofs van Eck en Beatrix Wtenweerde.
Wij Zeger van Achtevelt en Joest van Essevelt, als buurmeijsters ind tijt tot Eck
bekennen mitz sch. ontfangen te hebben van Adriaen van Maurick zenten mijns gen.
Grave van Culenborgh zl heerlicheijden end goederen in Nederbetuwe gelegen
de somme van thien Reijns guldens tot twijntich stuiv. Brab. Den gulden gerikent in
betalinge van den voorschr. heeren portie ender thiendt mackst nae vermogen
schit verdrach der halven mitten samentlicken nabueren van Eck gemaect
en dat van den jaere veschenen XVc negen en vijftig doen wij ons inden
naem van samentlicken nabueren van Eck bedanken goede betalinge
in orkondt onsen naem ofte gewoentlicke handtteijken hier onder getekent
Den VII Januari Anno XVc und tsestich
Zeger van Achtevelt Joest van Estvelt

Wij Zeger Vreem en Joest van Essevelt, kerckmeijsters tot Eck bekennen onfangen
te hebben van Adriaen van Maurick zenten mijns gen. Heeren Grave tot Culemborgh zgl
vuijt mijns voerschr. heren thienden tot Eck. Drie out Schiltz Fr XXXII stuiv brab. De voirschr.
kerck verschenen Petri ad Cathedram XVc en tachtigh Ende bedanken oik vanden
voorschr. jaere goede betalinge terkonde ons gewoenlicke hantteijken. Hier onder
gestelt den thiend junij Anno XVc en tsestich
Zeger Vreem Joest van Estvelt

In Eck en Wiel pacht hij een stuk land van de heren van Culemborg. Onderstaande notitie komt uit het pachtboek van de heren van Culemborg. Ook wordt hierin zijn vader genoemd.

Ander ontfanck van vuijterweerden gelegen inde buerschap van Wijel daer van de pachten verschenen zijn martini LVI en Petri ad Cathedram XVC LVII
Joest van Essevelt heeft ingepacht eenen
weert die zijn vader Goert van Esvelt te
voeren gebruijckt heeft gehadt een tijt van
negen jaren voor VI oudt schild en III quart
schilt staen hier voer IX jaer de stuiv van – XIIII gl III st VI sch
Een andere functie die Joest vervult is gerechtsman bij het hoog adellijk landgericht op de Veluwe in Barneveld. Dit hof bestaat uit riddermatigen van ieder ambt en negen dorpsregenten. De dorpsregenten zijn gekozen dorpsleden die aanwezig zijn bij de rechtszittingen, maar die geen oordeel uitspreken, dat is voorbehouden aan de scholt. Oorspronkelijk zijn er twee rechtszittingen per jaar, later tot één teruggebracht. De geschillen van het hele jaar ervoor worden behandeld, zoals geschillen over slootjes, (onrechtmatig) gebruik van weiland, erfenis zaken en ze doen vooronderzoek naar criminele zaken. Joest is als gekozen dorpsregent bij verschillende rechtszittingen aanwezig. Ook spant hij zelf een aantal maal een zaak aan. Enkele van die notities zijn interessant omdat die ons meer informatie geven over zijn leven. Zo komt hij, hij is dan ongeveer 32 jaar oud, op 18 mei 1557 naar de stad (Barneveld);
Joest van Estvelt mit Gerijt Tengnagel zijnen vurspr sprack aen mit recht Wulfer
Heijnricxz und Gaert Lubbertsz und zeijdt dat hij den smalen
thienden van hem heeft geenscht mitten heer als hij van olts
gewoentlick des heren thienden behoert te vorderen und soe sij hem
des weijgeringe gedaen und nijet heeft …. crijgen des
compt hij to stede und dan wol des van een ijeder nijet lijden
om thien golt g und den scade mit recht daer bij und heeft
zij hierom doen baeden und aenensthen zij sullen comen bij
desen sittenden gericht en namen oeren dach op oir vurschr
Joest spreekt Wulfer Heijnricksz en Gaert Lubbertsz aan over de smalle tienden, die hij van oudsher hoort te vorderen, maar die zij weigeren te betalen. Joost verzoekt ze om naar het zittende gericht te komen en een verklaring te geven. Uit deze notitie blijkt dat het wel ècht om dezelfde Joest gaat omdat er gesproken wordt over de ‘smalle tienden van Barneveld’, waar ook het civiele proces tegen zijn nabestaanden (Gijsbert generatie 10 / Blog) over gevoerd wordt. Ook de vermelding dat Joest naar de stad komt is opmerkelijk, dit moet betekenen dat hij elders woont, normaal gesproken staat dat er niet bijgeschreven.
Vanaf 1558 begint er ook een ingewikkeld heen-en-weer proces-aanspan-spel. De hoofdrolspelers zijn onze Joest van Estvelt, Vonck en Gerrit van Meden, Thonis Woltersz van Colverschoten, de heer Diederick van Bronckhorst-Batenburg heer tot Anholt en Baer en de edele en welgeboren vrouwe Petronella Praet douairière tot Batenburg. Blog. Ook deze laatste twee namen kennen we ook uit het civiele proces met zijn nabestaanden (Gijsbert generatie 10 / Blog). Door de jaren heen zijn er dan diverse processen, waarbij het soms best onduidelijk is waar het precies over gaat en helaas ontbreken er ook enkele jaren uit de boeken, waardoor er ‘gaten’ zijn, maar dat er ‘iets’ tussen deze personen speelt is duidelijk.
De allerbelangrijkste informatie over Joest die ik heb kunnen vinden komt ook uit hetzelfde civiele proces van de graaf van Benthem tegen de erfgenamen van Joest. In dit proces staat nog een getuigenverklaring, welke gaat over de laatste levensdag van Joest. De gebeurtenis heeft zich in 1578 afgespeeld en was vandaag de dag in het dorpje Eck nog onbekend. Zij hebben er nu een spannend historisch verhaal bij. Blog
Achtergrond informatie ~ Algemene Opstand (1576-1579)
Op 8 november 1576 ondertekenen de zeventien opstandige provinciën de Pacificatie van Gent. Eensgezind bepaalde zij dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten en Willem van Oranje werd aangewezen als stadhouder. Dit politieke succes was mogelijk omdat er onder alle gezindten in de Lage Landen een sterk anti-Spaanse stemming was ontstaan. Alle Nederlandse hertogdommen en graafschappen schaarden zich samen achter de opstand.
Mogelijk wordt in de getuigenisverklaring hieronder met ‘ruiters en knechten’ het voetvolk bedoelt van Alexander Farnese de legerofficier onder Don Juan de landvoogd van Nederland en leider van de Spaanse troepen die al maandenlang niet betaald waren en die begonnen te muiten. Ze verlieten de bezette plaatsen in het Noorden en trokken al plunderend naar het Zuiden. In de tekst staat ook de term ‘Krisluijden’, dit kunnen Spanjaarden of katholieken zijn, duidelijk is het niet helemaal. Het waren hele roerige jaren voordat in 1581 het Plakkaat van Verlatinghe werd getekend, de officiële opstand tegen de Spanjaarden.
Na de dood van Joest blijft zijn weduwe Johanna Gijsbert Roelofs van Eck nog tot 1618 op hofstede Meyerskamp wonen. Zij ontvangt in 1587 een rentebrief van 50 gulden afkomstig van Anthonis Lubbertsz weduwnaar van Belia van Domseler. Blog. Tien jaar eerder hebben Joest en Belia een rentegevende overeenkomst gesloten. Dat Johanna een rentebrief ontvangt is op te maken uit een vermelding in de boeken van het Stadsgerecht Rhenen. Hierin werden hypotheken en andere transacties vastgelegd.
