Cornelis wordt geboren op de Dorpsstraat 78 in Warmond en groeit op met één halfbroer, vier broertjes en drie zusjes. Zijn oudste halfbroer Pieter overlijdt wanneer Cornelis vijf is. Cornelis’ vader is tuinier, dus het is niet vreemd dat hij nu als oudste zoon in zijn vaders voetsporen treed en in ieder geval ook zijn broertjes Simon en Pieter gaan het tuindersvak in.
In 1906 trouwt hij met Hendrika Petronella Stienen, Cornelis woont dan al in ‘s-Gravenhage. Zij is geboren in het gehucht Vogelenzang op nummer 18, daarna opgegroeid in Warmond en woont vlak voor hun huwelijk in Leiden waar zij dienstbode is. Ook haar ouders zitten in het tuinders vak en haar zusje; Alida Stienen huwt met het broertje van Cornelis; Simon Esseveld.
In ‘s-Gravenhage hebben zij een bloemenwinkel vlak achter paleis Noordeinde en vlakbij het binnenhof. Vanaf juli 1912 tot december 1914 wonen zij een tijdje in Nijmegen en hebben ook daar een bloemenwinkel. Cornelis was echter meer een plantenliefhebber dan een ondernemer en omstreeks 1915 vertrekt het gezin naar Loenen.
In Januari 1927 solliciteert Cornelis op de vacature voor de functie van tuinbaas op het landgoed Hof te Dieren en stuurt hierbij twee getuigschriften mee. De eigenaar van het Hof te Dieren is baron van Heeckeren van Wassenaer. Hij en zijn echtgenote wonen voornamelijk op kasteel Twickel en gebruiken het Hof te Dieren als tweede woning.
Cornelis geeft in zijn sollicitatiebrief aan; eerder al 12 jaar op landgoed ‘ter Horst’ op de Veluwe gewerkt te hebben voor baronesse van Leijnden en voor de vicepresident van den Raad van State de weledelgestrenge heer van Leeuwen.
Nu werkt hij op kasteel Neerijnen in Waardenburg -waar hij vreselijk is teleurgesteld, waarom hij gaarne zou willen veranderen-. Adolf Jacob Carel baron van Pallandt is dan heer van Waardenburg en Neerijnen. Deze Adolph is opper-ceremoniemeester van Hare Majesteit Koningin Juliana. De getuigschriften zijn van de heer van Weede en graaf van Leijnden van Sandenburg, beide familie van de baronesse van Leijnden.

Cornelis en zijn gezin wonen sinds 2 oktober 1926 in Waardenburg Neerijnen. Cornelis laat vervolgens in april 1927 weten ook een betrekking in Bloemendaal aan te kunnen nemen. Welke hem dan ook vanuit baron van Heeckeren geadviseerd wordt om te aanvaarden.
Van stichting Twickel ontving ik de sollicitatiedocumenten en de volgende lovende woorden: Het lukt niet helemaal om de tekst integraal op de scan te krijgen maar de inhoud zal duidelijk zijn. Cornelis Esseveld kon bogen op een indrukwekkende loopbaan!

Op 13 april 1928 schrijven Cornelis en Hendrika zich met hun kinderen uit in de gemeente Waardenburg Neerijnen en vertrekken naar Bloemendaal.
In Bloemendaal wordt Cornelis tuinbaas op Huize de Rijp bij Adriaan Stoop, een pionier in de olie industrie. In het jaarboek van de vereniging Haerlem van 1 januari 1960, staat een tekst over Huize de Rijp en de periode waarin Cornelis daar als tuinbaas werkte met een opmerking over zijn karakter. Hij houdt er nogal vooruitstrevende opvattingen op na over de verhouding: grote huis – tuinbaas.
Een paar jaar later moeten zij tijdens de Tweede Wereldoorlog in 1942 binnen een paar uur hun spullen bijeenpakken en vluchten omdat Huize de Rijp tussen de door de Duitsers aangelegde Atlantik Mauer en de spoorlijn ligt, direct in het schootsveld. Het is onmogelijk om daar te blijven! Ze vertrekken naar Groningen, waar hun dochter dan woont. Na de oorlog kunnen zij aan de Engelenweg in Loenen wonen, waarschijnlijk doordat Cornelis daar nog goede kennissen had en woningen schaars te vinden waren. De laatste jaren van hun leven brengen ze door in het bejaardentehuis Avondzon in Apeldoorn.
