Een van de puzzelstukjes waar ik nog niet helemaal over uit ben is een notitie in het boek van de rentmeester van de hofstede Lockhorst te Leusden. In dit boek staat wie de tienden pachtten en onder Hukenhorst, Achteveld en Havikhorst staat de naam Joest van Essevelt genoemd.
Volgens een transcriptie staat er;
..-.-1440: Johan van Wedingen voor Golde, dochter van Dirk Hermansz
..-.-1496: Hertger Rutgersz. van Estveld met ledige hand
..-.-1524: Govert van Estveld Rutgersz
..-.-1551: Joost van Estveld bij dode van Govert Rutgersz., zijn vader
10-11-1571: Reiner Jacobsz. bij dode van Jacob Reinersz., zijn vader
Dit zou kunnen betekenen dat Joost van Estvelt een zoon is van Govert Rutgersz, die de pacht weer had overgenomen van (zijn broer?) Hertger Rutgersz van Estveld. De opa van Joest zou dan een Rutger moeten zijn.
Het originele document brengt bij mij echter twijfel, omdat ik denk dat het net anders geschreven staat. Waarbij ik wel wil opmerken dat ik geen historicus of geleerde in oud Nederlands ben. Maar ik zou graag willen weten of mijn twijfel gedeeld wordt, dus als ooit iemand het zeker weet, dan hoor ik dat graag!

Van de tienden Hukenhorst Achtevelt en Hamersvelt gelegen inde kerspel van Barnevelt | |
| 1440 | Golden Dirck Hermansz dr Johans van Wedingen echte wijff |
| 1496 | Hertger Rutgersz van Essevelt dede hulde |
| 1524 | Goyert Hertgersz van Essevelt ___________________________________ |
| Willem van Lockhorst | |
| 1554 | Joest Goyert Hertgersz van Essevelt […………] transporteert op Jacob Reijersz ___________________________________ |
| ……….. van Lockhorst | |
| 1566 | Jacob Reijersz versoeck mette lege handt |
| 1571 | Reijer Jacobsz |
Zoals ik het lees zijn er twee opmerkelijkheden;
- Bij de regel in het jaar 1524 staat Goyert Hertgersz (en niet Rutgersz) en in de regel bij het jaar 1554 staat ‘Joest Goyert Hertgersz (en ook niet Rutgersz). Dit zou dus kunnen betekenen dat de opa van Joest een Hertger is.
- Het jaartal 1554; vergelijk met de 4 uit 1524!
Lockhorster landen
Dan is er nog iets anders. Er zijn dus een aantal Estvelts die de tienden pachten van hofstede Lockhorst in Leusden. Zij pachtte deze landen van leenheer Willem van Lockhorst, die pachtte dit land weer van de St. Paulusabdij in Utrecht, die het op hun beurt weer in pacht hadden van Karel Hertog van Gelre. Andere leden van deze Lockhorster familie pachtten ook land van de St. Paulusabdij in de Neder-Betuwe in onder andere Eck. Van die Lockhorsters pachtte ook de heren van Culemborgh weer land, en van hen weer de van Hattems en de van Ecks. Ook de hofstede Meyerscamp in Eck die Joest van Estvelt vanaf 1554 pachtte was een pacht van de St. Paulusabdij.
De landerijen van de St. Paulusabdij zijn niet op kaarten in de archieven te vinden, maar op de kaart hieronder staan de landerijen van de heren van Batenborch, die hun land ook weer van de hertog van Gelre pachtte. Hierop staan Achtevelt (geheel links) en Barneveld (geheel rechts) aangegeven. De landen van de St. Paulusabdij en de heren van Lockhorst en dus van Joest van Estvelt zullen waarschijnlijk op de kaart ergens in de lege gebieden ten zuiden van Achtevelt hebben gelegen.

