Over Joost van Essevelt (± 1520 – 1578), al noem ik hem liever Joest van Estvelt, is al best veel bekend. Hij is geboren in Eck als zoon van Goerdt van Estvelt. Vanaf 1554 krijgt hij de pacht van een halve hofstede met land in Eck, groot 12 morgen, met dijk en wetering, genaamd de Meyerskamp, belast met de helft van 7 malder mout en 20 penning. In hetzelfde jaar wordt hij (waarschijnlijk) pachter van de tienden grof en smal van Hukenhorst, Achteveld en Havikhorst in het kerspel Barneveld. Daarnaast pacht hij jaarlijks een stuk land in de uiterwaarden van Wiel. Onlangs vond ik een document wat zijn laatste levensdag beschrijft. Maar eerst wat meer achtergrondinformatie over Joost.
Joest was ook buurmeester en kerkmeester in de st. Annakerk in Eck. Als buurmeester lette hij erop dat de boeren hun sloten en of beken goed open hielden, zodat er een goede waterhuishouding was. De buurmeester werd jaarlijks gekozen, meestal uit goede geërfden die een groot belang hadden bij een goede waterhuishouding. Hij kreeg ook de opdracht de opgelegde belastingen te verdelen over de bevolking en daarna te innen en hij moest een kasboek bij houden en hierover rekenschap afleggen. Als kerkmeester stond hij in voor het dagelijks financiële beheer en de zorg van een kerkgemeenschap en alles wat daarbij hoorde, zoals het innen van cijnzen en vorderingen, het aanvaarden van geschonken goederen en het doen van financiële mededelingen. In het archief zijn diverse briefjes te vinden, waarop zijn naam en functie staat. Waarschijnlijk zijn deze briefjes door hemzelf geschreven. De handtekening is in ieder geval van hemzelf. Zelf tekent hij zijn naam als Joest van Estvelt!

Wij Zeger Vreem en Joest van Essevelt, kerckmeijsters tot Eck bekennen onfangen te hebben van Adriaen van Maurick rentm. mijns gen. Heeren Grave tot Culemborgh zgl vuijt mijns voerg. heren thienden tot Eck. Drie oert schiltz XXXII stuiv brab. De voorschr. kerckvuijtgeven Petri ad Cathedram XVc en tachtigh ende bedanken oik van den voorschr. jaere goede betalinge toekonde ons gewoenlick hantteijken. Hier ondergestelt den iersten junij Anno XVc vier und tsestich .
Zeger Vreem Joest van Estvelt
Wij Zeger van Achtevelt en Joest van Essevelt, als buurmeijsters ind tijt tot Eck bekennen mitz sch. ontfangen te hebben van Adriaen van Maurick rentm. mijns gen. Grave van Culenborgh zl. heerlicheijden end goederen in Nederbetuwe gelegen de somme van thien Reijns guldens tot twijntich stuiv. Brab. Den gulden gerikent in betalinge van den voorschr. heeren portie ender thiendt mackst nae vermogen sckit verdrach der halven mitten samentlicken nabueren van Eck gemaect en dat van den jaere veschenen XVc negen en vijftig doen wij ons inden naem van samentlicken nabueren van Eck bedanken goede betalinge in orkondt onsen naem ofte gewoentlicke handtteijken hier onder getekent Den VII Januari Anno XVc und tsestich
Zeger van Achtevelt Joest van Estvelt

Bron: GA – 0370 Heren en graven van Culemborg – 5631
Rond 1560 huwt hij Johanna Gijsbert Roelofs. Zij is een dochter van Gijsbert Roelofs van Eck en Beatrix Wtenweerde. Over deze Beatrix in een van de volgende blogs meer, want Johanna komt uit een best goed nest. Samen krijgen zij in ieder geval vier kinderen; Gijsbert, Geurtje, Agnes en Margriet. In de archieven komt Joest nog meermaals voor, maar geen hele bijzondere dingen.
Terwijl de kinderen opgroeien heerst er in Nederland onrust. In 1566 de beeldenstorm, al zal die in de kleinere dorpen niet zo’n grote impact hebben gehad als bijvoorbeeld in Antwerpen. Niet veel later begon de Nederlandse opstand tegen de Spanjaarden. Op 8 november 1576 ondertekenen de zeventien opstandige provinciën de Pacificatie van Gent. Eensgezind bepaalden zij dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten en Willem van Oranje werd aangewezen als stadhouder. Dit politieke succes was mogelijk omdat er onder alle gezindten in de Lage Landen een sterk anti-Spaanse stemming was ontstaan. Alle Nederlandse Hertogdommen en graafschappen schaarden zich samen achter de opstand.
In het jaar 1578 was het ook in het dorpje Eck in de Neder-Betuwe onrustig. Een getuigenverslag:
Wij onderschreven inwoenderen ende naebueren des kersspell Eck, doen kondt ende bekennen mits desen voor die gemechte waerheijts ter instantie en ernstelijcke versoeck vande erfgenaemen van zal. Joost van Essevelt, attesteren en beckennen in kracht deses, dat ons luijden bekendt ende beloeft is, hoedat in verleeden trubbell jaeren van oirloech geleden, ongeveerlich soeven en dertich jaeren bij ons tot Eck een groot ongemack ende overloop van Ruijter vund knechten geweest is, die welcke veell huijsluijden huijsen gespolieert und beroeft hebben, soe ist datter selven tijdt die voorschr. Joost van Estvelt tot beter bewaeringhe eenighe goederen in kisten gesloeten, daer in sijn segell ende brieven bewaert waeren inde kercke tot Eck gevucht hadde, waerover dat maell die krisluijden die kercke mit gewelt ingenoemen ende berooft hebben. denn voorschr, Essevelt den selven tijdt doot geschoten hebben und sijn goet mit sijn brieven vund secreeten die welcke hij inde kercke gevlucht hadde, alle maell genoemen en dair vann gefrustreert hebben, ende soe men schuldich is der waerheijt getuigenisse toe geven attesteren wij dit boven geschreven waerachtigh te weesen, presenteeren oick tot allertijdt breeder met eede te verclaeren, daer het nodich sijn werdt in oircundt der waerheijt hebben wij dit met onse eijgen handen onderteijckendt. actum Eck den 14 augustus Anno 1615 ende was onderteijckendt Dirck van Darthuijsen, Jan Arianensz, Derck Vreem Dircksz, Bart Cornelissen. Dat is X Dirrick van Eck zijn eijgen handtmerck

Dit getuigenverslag is genoteerd tijdens een proces welke een van zijn erfgenamen aangespannen kreeg. Joest heeft tijdens de onrustige jaren zijn belangrijke papieren in een kist in de kerk bewaard. Op een gegeven moment is de st. Annakerk in Eck met geweld ingenomen en zijn zijn belangrijke papieren meegenomen. Joest van Essevelt is hierbij dood geschoten.
Wie er nu bedoelt worden met de ‘ruiters en knechten’ of ‘de krisluiden’ is nog niet helemaal duidelijk. Mogelijk waren het Spaanse troepen die al maandenlang niet betaald waren en die begonnen te muiten. Of waren het protestanten of juist katholieken die met elkaar overhoop lagen. Dit zal misschien nooit duidelijk worden. Enige jaren later in 1581 werd het Plakkaat van Verlatinghe getekend, Nederland was vanaf dat moment officieel in opstand tegen de Spanjaarden.
