Net als zijn nazaten, is Gijsbert ook herbergier want gedurende de jaren 1591 en 1592 wordt hij samen met de andere Ingense herbergiers Dirck Verhuyt en Antonius Splinters in een voortslepende procedure tegen de buurmeesters van Ingen vermeld. Een Engelse bevelhebber logeert in het dorp en zoals gebruikelijk is, worden de rekeningen door het dorpsbestuur betaald. De herbergiers vinden echter dat de rekeningen niet kloppen en spannen gezamenlijk een rechtszaak aan. Uiteindelijk betalen de buurmeesters de volledige rekening.
Samen met zijn eerste vrouw Agnes krijgt hij twee kinderen; Willem en Agnes. In 1594 worden zij samen met de andere bewoners, Anna weduwe van Willem Joosten en Hans van Wijck, erfelijk gevrijd van hun pacht op hun huis en hofstad op de Hoge Breij in Ingen. Vanaf dat moment zijn ze geheel eigenaar van deze goederen en hoeven zij geen pacht meer te betalen.

Binnen een jaar overlijdt Agnes en trouwt hij in 1595 met Anna Mertens. Voor hun huwelijk worden er huwelijkse voorwaarden opgesteld. Uit de akte blijkt dat het om Anna weduwe van Willem Joosten gaat. Gijsbert trouwt dus zijn buurmeisje! Daarnaast worden haar ouders Marten Jansz en Everarda (Evertgen) Gerrits en oom Maes Gerritsz genoemd. Anna Mertens wijst ook een Joost Bartholomeusz van Eck aan tot haar voogd. Omdat alleen familie onderling dit soort zaken regelde, moeten zij familie zijn. Joost Bartolomeusz van Eck is een zoon van Bartolomeus Gerritsz van Eck een broer van haar moeder Everarda Gerritsz. Joost is dus een neef van Anna Mertens. En Anna zelf is via haar moeder een van Eck.
Gijsbert laat in die huwelijkse voorwaarden ook vastleggen welke goederen en rentebrieven zijn twee kinderen in de toekomst zullen erven. Hij zorgt echt heel goed voor ze;
Wij Jan Roeloffsz, Joost van Eck Bartolomeusz, Aert Joosten en Dirck Ghijsbertsz doen samenlicken kondt en bekennen mit desen maeghescheits brief dat wij als vrinden en gecoiren dedinght luijde der naebeminnende en sonen daer bij onzer en aen gewesen sijn, daer wij een gesamentlijck erffmagescheit gemaikt, gededingt en uijtgesproicken hebben, als tusschen Anna wed. van zaliger Willem Joosten met Joost van Eck Bartolomeusz in desen saecken gecoren tot onser momber ter eener, Ghijsbert van Essevelt ter andere en sijn kinderen verkregen bij Agnes Willemsdochter echte huijsvrouw geweest zal. gedochteren met namen Willem van Esvelt en Agnes van Essevelt met Aert Joosten ons en onsen in deser saecken gecoren tot onser momber. Ten derden van ons za. moeder vesterft in voirwaarden en manieren naebeschreven……….
- Anna brengt in het huwelijk in:
- Haar deel van de Hofstede de Breij 3 ½ morgen
- Bestemoeders kamp in Ingenervelt van 14 morgen
- Gijsbert brengt in het huwelijk in:
- Huis, hofstede en brouwhuis en alle toebehoren
- Een akker land van 1 morgen
- Leekamp van 3 morgen
- Koelhorst kamp 1½ morgen
- Een rentebrief van vijftien Phillips guldens, staande op Franck Verburgh,
- Een rentebrief van vijftig keizers guldens, staande op Guert Hendricksz
- Een rentebrief van sestien keizers gulden, staande op Adriaan Rutgersz,
- Noch drie hondert gulden vijfentwintig die hij uit zijn boedel heeft
- Aan de kinderen Willem en Agnies van Essevelt is alvast toebedeelt;
- Een kamp in Ingenervelt 3 morgen
- Een halve kamp van de Bottencamp ½ morgen
- Een stuck land de cortecamp binnen Eck gelegen 16 hont
- Een Hofstede binnen Ingen aan de Brenck, omtrent vijf hont
- Een rentebrief van tweehondert keizers gulden, staande op Jan Roelofsz,
- Een rentebrief van vijfentwintig gulden, staande op Jan Alaertsz,
- Een rentebrief van vijfentwintig gulden staande op Lubbert Guertsz.

In 1603 komt Gijsbert opnieuw op voor de rechten van zijn kinderen en wordt er nog meer duidelijk over zijn familie. In het kort komt het erop neer dat Gijsbert als vader van zijn twee kinderen Willem en Agnies uit zijn eerste huwelijk, procedeert en enkele Vonck’s voor het dorpsgerecht sleept.
In eerste instantie klaagt hij op 31 januari 1603 Arijen Vonck aan voor 200 Keizers guldens uit een obligatie en nog 24 gulden voor achterstallige betaling en schade.

Ghijsbert van Essevelt van wegen ende als vader als sijns twee onmundige voorkynderen met naemen Willem en Agnies van Essevelt die hij bij zaliger Agnies Willemsdr geprocureert heeft, spreekt aen met recht tusschen Petry en Petry, Arijen Vonck voor twe hondert keyser gulden vermoegens obligatie daer van zijnde ende hermede inbedingende ende noch voor vierentwyntich derzelver guldens ten schade vermidts quade betalonghe ende voorden schulden met recht bedinght hiermede zijn wacht.
Daarnaast klaagt hij Bartholomeus Vonck aan voor 67 gulden en 10 stuivers en ook nog voor 130 gulden en 5 stuivers, ook voor achterstallige betaling.

Ghijsbert van Essevelt van wegen ende als vader als sijns twee onmundige voorkynderen met naemen Willem en Agnies van Essevelt die hij bij zaliger Agnies Willemsdr geprocureert heeft, spreekt aen met recht tusschen Petry en Petry, Arijen Vonck voor twe hondert keyser gulden vermoegens obligatie daer van zijnde ende hermede inbedingende ende noch voor vierentwyntich derzelver guldens ten schade vermidts quade betalonghe ende voorden schulden met recht bedinght hiermede zijn wacht.
Op dezelfde dag nog belooft Bartholomeus Vonck hem het jaar erop 110 gulden te betalen ten behoeve van zijn kinderen Willem en Agnies.

Bartholomeus Vonck tot Lienden heeft voor den heeren Amptman belooft te betalen Ghijsbert van Essevelt tot behoeff zijner voorkynderen Willem & Agnes van Essevelt de somme van hondert ende thien gulden op dach Petry ad Cathedram anno 1604 ende bij faulte van dyen te verwonnen te zijn ende deselve penningen op zijne so gereede als ongereede goederen als met allen rechten versoechten verwonnen te vermoghen versuecken und invorderen ende met executie ofte verwinne te pro… actum voor g.l. Johan Verhuedt ende Jerephaes Vonck.
Een jaar later klaagt Gijsbert opnieuw een Vonck aan, nu Pelgrom en Alidt, voor de hoofdsom van 100 keizers gulden en voor 50 keizers gulden vanwege achterstallige betalingen

Ghijsbert van Esseveldt voor hem selven ende mede utten naem ende van wegen zijne susteren tsamen erfgenaemen haerer moeder Johanna weduwe zaliger Joost van Essevelt, spreekt aen mit recht tusschen petry ende petry Pelgrom Vonck ende Alidt Voncken cum suis als erffgenaemen van zaliger Digna Voncken, voor hondert keysers gulden hooftsoms ende voor vijftich keysers gulden, die zij vermits quade betalonge daerbij to schade commen, alle vermogens bescheijdt daervan zijnde ende mits desen inbedingende ende vooren schade met recht ter goeder rekeningen und bedinght hiermede zijn wacht.
Het feit dat Gijsbert in deze vier notities, mede voor zijn twee kinderen Willem en Agnes, die hij bij zijn eerste vrouw Agnes Willemsdr verwekt heeft en in een ervan voor zijn moeder de Vonck’s aanspreekt, zegt dat er een familieband moet zijn. Ook wordt Digna Vonck genoemd, zij is een aangetrouwde tante en huwde de broer van zijn moeder. Mogelijk is Agnes Willemsdr via haar moeder dus ook een Vonck.
