Willem groeit op in Ingen waar zijn vader een herberg heeft. In 1611 komt hij in de archieven al voor als erfgenaam van zijn vader, maar wordt niet onmondig genoemd, hij moet dan minstens 23 jaar zijn als hij rechtspraak gebruikt. Uit deze rechtspraken blijkt dat hij nu herbergier en brouwer is en diverse mensen aanspreekt wegens achterstallige betalingen.

Willem trouwt vervolgens rond zijn 29e met de 26 jarige Adriaentgen van Hattem dochter van Geurt van Hattem en Dirckje van Wijck. Ze wonen op de Hoge Breij te Ingen welke via erfpacht van zijn vader in hun bezit komt.

In de eerste jaren van hun huwelijk wordt Willem gekozen tot Kerkmeester van de St. Lambertuskerk te Ingen. Als kerkmeester stond hij in voor het dagelijks financiële beheer en de zorg van een kerkgemeenschap en alles wat daarbij hoorde, zoals het innen van cijnzen en vorderingen, het aanvaarden van geschonken goederen en het doen van financiële mededelingen. Later is hij ook gekozen gerichtsman. Dergelijke bijbaantjes werden alleen gegeven aan mensen van goede komaf, maar die geen ‘titel’ hebben. In 1632 wordt hij ook beleend met 9½ morgen en 1½ hond land op de Hoge Breij te Ommeren. Dit staat ongeveer gelijk aan een stuk land van 1 km bij 1 km. Als leenman kon je je landerijen weer verpachten aan pachters of zogenoemde horige boeren je land laten bewerken.

Willem wordt in 1633 ook tot momber (voogd) van Roelofken Jans de onmondige natuurlijke dochter van Jan Petersz benoemt waaraan hij tevens een rente verbindt. In 1635 helpt hij zijn stiefmoeder Anna Mertens in een verweer tegen Johan van Scherpenzeel en hij staat in 1637 borg voor zwager Johan van Hattem die ‘wederom’ penningen heeft ontzet en gelicht. Ook helpt hij de armen van Ommeren door hen de opbrengst van 2½ morgen bouwland van de Hoge Breij te Ingen te geven.

Met zes opgroeiende dochters die trouwen met jongens uit ‘goede’ families, zullen Willem en Adriaentgen voor flinke bruidsschatten gezorgd moeten hebben. Ze nemen in ieder geval een aantal keer diverse schulden op hun bezittingen op de Hoge Breij te Ingen. In 1661 verkopen zij de helft van een huis te Ingen aan zijn zus Agnes en zwager Hubert van Wijck, die de andere helft al bezitten. In 1662 verkopen zij een huis en brouwerij te Maurik. In 1663 verkopen zij landerijen te Ommeren. En als laatste verzoekt Willem in 1663 om het leen de Hoge Breij met 2000 gulden te mogen bezwaren. Nog geen jaar later overlijdt Adriaentgen en twee jaar later Willem. Hij is dan stokoud en 78 jaar.

De dochters sluiten huwelijken met jongens van onder andere de Verkuijll’s, de van Hattem’s en Verhuets. Deze laatste zijn collega brouwers en herbergiers. Allen zijn ook goede families in Ingen en omstreken en dan met name de van Hattem’s.