Gijsbert uit Ingen trouwt wanneer jij ongeveer 24 jaar is met Dirxken van Hattem uit Maurik. Zij is een dochter van Willem van Hattem en Elisabeth van de Kemp.

Dirxken komt uit een hele goede familie en krijgt een behoorlijke bruidsschat mee. Op Ryckerswourt pachten zij namelijk 56½ morgen bouwland en 5 morgen weiland afkomstig van de familie van Hattem, daarnaast pachten zij nog enige wei- en bouwlanden in Ingen en Maurik.

Na 12 jaar huwelijk zijn er nog geen kinderen gedoopt. Dan lijftochten zij elkaar en een mogelijk kind op de langstlevende; het levenslange gebruik van alle goederen in de Over-Betuwe zoals ook Ryckerswourt.

Op 25 september 1655 wordt dit bij de notaris geregistreerd, waarschijnlijk omdat Dirxken ziek en zwanger was, want Gijsbert trouwt een klein jaar later op 17 augustus 1656 met Dirrickje dochter van Jan van der Wart. Dit echtpaar krijgt vier kinderen en blijft op Ryckerswourt wonen, tegenwoordig een wijk in Zuid-Arnhem.

Ook moet Gijsbert weleens een boete aan de rentmeester van het Hof van Gelderland betalen, hij blijkt een beste vechtersbaas;

‘Den 5e Junij 1658 heeft
Gijsbert van Essevelt
Jan de Relijker
met een stock geslagen’. 1 gulden – 4 schilling

‘Den 19e Meij hebben Essevelt
ende Hendrick Guertsen malcanderen
geslagen’. 2 gulden – 8 schilling

In 1667 leent Gijsbert 1600 gulden van Johan Baccart en in 1668 verklaart hij ook dat hij 600 gulden leent van Herman van Laer en daarvoor enkele goederen tot onderpand heeft gesteld.

Vervolgens is er nog iets geks in 1669. Bijna veertien jaar na datum van overlijden van zijn eerste vrouw Dirrickje van Hattem, vindt haar familie, waaronder Willem van Hattem (haar broer) en ook Hubert van Wijck (de aangetrouwde oom), dat er een magescheid moet komen. Zij roepen Gijsbert op om te komen met bewijs dat hij en Dirrickje van Hattem elkaar gelijftochtigd hebben. Hij kan dit uiteraard en het proces wordt gepasseerd en afgerond.

Gisbert van Estvelt wednr en boedelhouder van zaliger Dircxken van der Wart heeft den 13 juli 1670 schuldig bekend de heer Gerard van Hattem sestien hondert gulden cum interesse daer voorverbonden de 14 hondt weijlandts op Ingen aen som getransporteert door Willem Dircksz Item 14 hond op Ommeren as aen getransporteert door Willem van Estvelt, noch 14 hond mede op Ommeren aen toegedeijlt bij Maghescheijt op 23 januarij 1666 gelijck op ses op t voor standts 13 julij 1670

Nog een jaar later overlijdt zijn tweede vrouw Dirrickje van der Wart. Gijsbert geeft dan een aantal van zijn landen (14 hond bouwland in Ingen, 14 hond bouwland in Ommeren en 14 hond bouwland op het Ommerenvelt) die hij van zijn ouders heeft gekregen in onderpand aan zijn zwager Gerard van Hattem, opnieuw voor een lening van 1600 gulden. Voor het geleende geld spreken zij 6,25% jaarlijkse rente af.

Gijsbert had ook een tante, tante Agnes. Deze Agnes huwde op zeer hoge leeftijd in 1661 met Hubert van Wijck. Zij is op dat moment ongeveer 66 jaar en hij minstens 20 jaar jonger. In hun huwelijksnotitie staat dat zij trouwt als ‘jonge dochter’, dit betekent dat zij niet eerder gehuwd was, anders had er wel ‘weduwe van’ gestaan. De 20 jaar jongere Hubert van Wijck is rentmeester van de Grafelijke Waldeckse en Piermontsche en Culemborgse domeinen en goederen in de Neder-Betuwe. Een hele belangrijke man in de Neder-Betuwe!

Vier jaar later in 1665 overlijdt tante Agnes kinderloos, waarna er een magescheid wordt opgemaakt waarin precies beschreven staat hoe haar erfenis verdeeld wordt. De erfgenamen zijn enerzijds haar man Hubert van Wijck en anderzijds Gijsbert met zijn broers en zussen. Interessant is dat dit magescheid tot stand is gekomen mede door “vriendelijk tussenspreken” van de edele heren Willem van Hattem (de schoonvader van Gijsbert) en Gerard Wttenweerde, scholt.

Je zou bijna denken dat Hubert van Wijck heeft gedacht alles voor zichzelf te willen, maar hij ziet af van verdere handelingen en legt zich erbij neer. De verdeling is dan als volgt:

  • Hubert van Wijck; Alle goederen in vrije eigendom, gerede en ongerede goederen, de huisraad en inboedel, mocht hij binnen een jaar komen te overlijden dan komt het toe aan de Essevelts.
  • De Essevelts: De volgende beschreven goederen;
  • Al het linnen, wollen kleding, goud en zilverwerk, waaronder 6 zilveren lepels met haar naam.
  • Drie morgen weiland in het Ingenervelt en nog een kamp gelegen in het kersspel Ingen.
  • Obligaties ter waarde van 2150 gulden op diverse personen
  • Dan nog een totaal kapitaal van 7.619 gulden wat onderling verdeelt wordt onder zijn broer en zussen.

Voor die tijd zijn dit enorme bedragen. Je kunt rustig spreken over die ene rijke tante. Het gekke is dat Gijsbert zelf niet genoemd wordt als ontvanger van een groot bedrag, zijn jongere broer en zusjes wel.

Twee jaar later in 1672 daagt deze zwager Gijsbert voor het gerecht, want hij betaalt de afgesproken rentes niet, ook niet na diverse rechterlijke verzoeken. Gerhardt van Hattem vraagt nu aan het Hof van Gelderland om een vordering. Het Hof van Gelderland besluit dat het land “executabel” is.

In Nederland staat 1672 bekend als het rampjaar, welke ongeveer 17 maanden duurde. Banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten en kunsthandelaren en -schilders gingen failliet. In één klap was er heel veel armoede en mensen hadden niets meer te eten. Ook werd de Betuwe onder de voet gelopen door de Fransen. Dit was zoals eerder ook genoemd merkbaar in de familie van Gijsbert, tussen 1672 en 1675 overlijdt de een na de andere oom of zwager.

Wanneer zijn andere zwager Willem van Hattem in 1675 overlijdt wordt Gijsbert als een van de erfgenamen aangemerkt. De Essevelts krijgen het huis, hof en 4½ morgen land “de Ossenweert” en het zilverwerk ter waarde van 250 gulden. Zij verkopen de Ossenweert diezelfde dag nog en verdelen de rest. Ook is er diezelfde dag het magescheid van de vader van Gijsbert; Willem. Gijsbert en zijn kinderen ontvangen 3½ morgen bouwland op Ingen in het Voorborch.

Na 1675 lijkt het telkens verder bergafwaarts te gaan. Op 22 juni sluit hij een overeenkomst waarbij hij zijn huis en land in Rijckerswoert en zijn eigen persoon aan zijn zwager Willem Joosten verpandt. Verschillende keren wordt hij ‘gepeind’ (eis tot rechterlijke in beslag name van goederen ter executie) door diverse personen. Zo eist Gerard van Lijnden 2000 gulden, Reijner van de Bergh 800 gulden en Henrick van Lijnden 500 gulden en even later nog eens 800 gulden. Omdat Gijsbert “afwezig” is wordt zijn oudste dochter Derrisken van Essevelt aangesproken door het gerecht. Wanneer Gijsbert op 67 jarige leeftijd in 1685 overlijdt is hij waarschijnlijk volkomen berooid en zullen zijn nabestaanden ook vervallen zijn in armoede. In 1711 wordt er nog steeds gesproken over de rente uit de 1600 gulden schuld die de zoon van Gerardt van Hattem erft van zijn vader. De erfgenamen van Gijsbert zullen deze dus nog steeds moeten afbetalen.