Op vele genealogische websites is vermeld dat Gijsbert van Essevelt (± 1560 – ± 1611) eerst huwde met Agnes Willemsdr. en dat zij 3 kinderen kregen; Willem, Agnes en Joost. Daarna huwde hij met Anna Mertens waarna er nog vier kinderen werden geboren; Meerten, Johanna, Maria en Geertruid. Bij toeval kwam ik erachter dat Gijsbert met zijn buurmeisje trouwde en dat Joost geen zoon is uit het eerste huwelijk, maar een zoon moet zijn uit zijn tweede huwelijk met Anna Mertens.
Net als zijn nakomelingen, was Gijsbert ook herbergier. Gedurende de jaren 1591 en 1592 wordt hij namelijk samen met de andere Ingense Herbergiers Dirck Verhuyt en Antonius Splinters in een voortslepende procedure vermeld met de buurmeesters van Ingen. Een Engelse bevelhebber heeft in het dorp gelogeerd en zoals gebruikelijk was, werden de rekeningen door het dorpsbestuur betaald. De Herbergiers vonden echter dat de betalingen niet klopten en spanden gezamenlijk een rechtszaak aan. Uiteindelijk zijn de volledige rekeningen betaald.
Dat er een eerste huwelijk was tussen Gijsbert en Agnes Willemsdochter is vooral bekend doordat hij jaren na haar overlijden enkele Voncks voor het gerecht daagt. Er zijn verschillende notities waarin Gijsbert wordt genoemd als weduwnaar van zaliger Agnies Willemsdochter. Bij enkele van deze notities staat ook dat hij -vanwege zijn twee onmondige voorkinderen- procedeert. Hierdoor is het ook duidelijk dat er überhaupt kinderen uit het eerste huwelijk waren, hun namen waren Willem en Agnes. Joost wordt hierin niet genoemd en toch wordt hij op diverse genealogische websites vermeld als hun kind. Eén van die notities uit het gerechtsboek is de volgende;

Ghijsbert van Essevelt van wegen ende als vader als sijns twee onmundige voorkynderen met naemen Willem en Agnies van Essevelt die hij bij zaliger Agnies Willemsdr geprocureert heeft, spreekt aen met recht tusschen Petry en Petry Arijen Vonck voor twe hondert keyser gulden vermoegens obligatie daer van zijnde ende hermede inbedingende ende noch voor vierentwyntich derzelver guldens ten schade vermidts quade betalonghe ende voorden schulden met recht bedinght hiermede zijn wacht.
Bron RAR – 1514 Rechterlijkarchief Neder-Betuwe – 105
Dus waarom wordt Joost dan toch als hun zoon genoemd? Ik heb daar in ieder geval geen bewijs voor gevonden. Wel vond ik over Gijsbert nog meer notities.
Op 6 mei 1594 wordt Gijsbert samen met de andere bewoners; Anna weduwe van Willem Joosten en Hans van Wijck, erfelijk gevrijt van hun pacht op hun huis en hofstad op de Hoge Breij in Ingen. Vanaf dat moment zijn ze geheel eigenaar van deze goederen en hoeven zij geen pacht meer te betalen. Uit deze notitie blijkt dat de hoge Breij door meerdere personen/gezinnen bewoond wordt
Cornelis Cornelissen en Mechtelt Jansdochter echte luiden cum tutore marito x dicto und Dirricxken weduwe Jan Gisbertsz cum tutore, hebben geloeft Ghisbert van Estvelt, Anna weduwe Willem Joosten en Hans van Wijck, erffelick toe vrien en toe waren Jaer en dagh huis en hoffstede binnen den kerspel van inghen in die Breij groet omtrent 5 morgen .<………….> obligatie Cornelis Cornelisz en Mechtelt zijn huis aen den Estvelt, Anna weduwe zal. Willem Joosten und Hans van Wijck verkoft hebben, voor een vrij eigen erff en goet, dijck vrij thijns vrij en erfpacht vrij nae kundt den bestgolden erffroep brieff daer desen transitie brieff doen steken is ……….
Bron: RAR – 0008 rechterlijk archief Tiel en Zandwijk – 529

Wanneer Agnes overleden is, is niet geheel duidelijk, maar drie jaar later op 1 augustus 1597 wordt er een magescheid voor een nieuw huwelijk opgesteld. Uit deze huwelijksvoorwaarden blijkt dat Gijsbert gaat trouwen met Anna weduwe van Willem Joosten. Gijsbert trouwt dus zijn buurmeisje! Beide woonden immers al op de hoge Breij. Ook interessant is het dat Anna ene Joost van Eck Bartholomeusz aanwijst tot haar belangenbehartiger en Gijsbert wijst Aert Joosten aan, ook als momber van zijn kinderen bij zaliger Agnies Willemsdr. Het magescheid wordt gemaakt met Jan Roelofs, Johan van Eck Bartholomeusz en Dirck Ghijsberts. De kinderen met de namen Willem en Agnes worden genoemd en heel goed bedeeld.

Wij Jan Roeloffsz, Johan van Eck Bartolomeusz, Aert Joosten en Dirck Ghijsbertsz doen samenlicken kond en bekennen mit desen maeghescheits brief dat wij als vrinden en gecoiren dedinght luijde der naebeminnende en sonen daer bij onzer en ean gewesen sijn, daer wij een gesamentlijck erffmagescheit gemaikt gededingt en uijtgesproicken hebben, als tusschen Anna wed. van zaliger Willem Joosten met Joost van Eck Bartolomeusz in desen saecken gecoren tot onser momber ter eener, Ghijsbert van Essevelt ter andere en sijn kinderen verkregen bij Agnes Willemsdochter echte huijsvrouw geweest zal. gedochteren met namen Willem van Esvelt en Agnes van Essevelt met Aert Joosten ons en onsen in deser saecken gecoren tot onser momber. Ten derden van ons za. moeder vesterft in voirwaarden en manieren naebeschreven.…..
Dit huwelijk geschiedde in 1597 en ook in dit magescheid is er geen sprake van een zoon Joost. Daarnaast lijkt Gijsbert een man die voor de rechten van zijn kinderen op kwam, dat wordt wel duidelijk door zijn vele gangen naar de rechtbank en het magescheid. Als Joost van Essevelt een zoon van Gijsbert en Agnes Willemsdr. zou zijn, zou hij ook in deze documenten opgenomen zijn.

Geachte Heer / Mevrouw,
N.a.v de kwestie uit welk huwelijk van Gijsbert van Essevelt zijn zoon Joost geboren is, zag ik uw bericht over de magescheid van 1/8/1597 wil ik u vragen mij daarvan de volledige vindplaats op te willen geven zodat ik over een volledige en leesbare kopie kan beschikken. Bij voorbaat dank voor uw moeite.